<< Index >>

Dag 15 - zaterdag 11 november 2006 - Naar St. Lucia

De zon schijnt. Jammergenoeg vertrekken we al vroeg. Althans, dat vind ik. Martijn en Mark daarentegen zijn maar wat blij. Hun nacht was niet zo goed; ze hadden een tweepersoonsbed dat niet helemaal comfortabel lag. Ik zal maar niet te hard zeggen dat ik zelden zo lekker geslapen heb. Ons vroege vertrek wordt iets uitgesteld. De eerste reden hiervoor is dat we best een tijdje op ons ontbijt moeten wachten. Reden nummer twee is dat Mark ontdekt dat onze voorbanden er wel erg zacht uitzien. We rijden langzaam naar het dichtstbijzijnde tankstation, maar daar kunnen ze het niet verhelpen. We moeten een eindje verderop zijn. Daar worden onze banden weer op spanning gebracht en we kunnen weg.

Bij het ontbijt.
Bij het ontbijt. ©Peter

Uitzicht uit het raam van de kamer. Het heeft iets weg van een tropisch oerwoud. Erachter ligt de oceaan.
Uitzicht uit het raam van de kamer. Het heeft iets weg van een tropisch oerwoud. Erachter ligt de oceaan. ©Peter

Een katachtig beest onder de auto!
Een katachtig beest onder de auto! ©Peter

Ik rijd de eerste 200 km. We verwachten hier de hele ochtend over te doen, omdat het niet bepaald een snelweg is. De weg kronkelt van de ene naar de andere kant en je zou er bijna zeeziek van worden. Verder zitten er enorm veel potholes in de weg en loopt er weer van alles langs de weg, waaronder vee en spelende kinderen. Het rijden lijkt een beetje op een computerspelletje met al die bochten, toch vrij hoge snelheden, inhaalmanoeuvres en alle potholes en dieren die je moet ontwijken. Op sommige plekken mist er gewoon een paar meter asfalt, gewoon op plekken waar je 100 km/u mag. Rond het middaguur rijden we door Port Edward, waar de wegen snel beter worden. Op een bepaald punt staat er allemaal politie en militairen met machinegeweren op de weg. We moeten stoppen. Er wordt ons gevraagd of we vlees bij ons hebben. Dit hebben we inderdaad. Ze willen even kijken. Ruben loopt naar achteren en onze koelbox wordt gecontroleerd. In verband met één of andere ziekte, we denken varkenspest of zo, mogen we geen varkensvlees over de provinciegrens meenemen. (We hadden al iets van die strekking gelezen in een supermarkt bij Port Elizabeth.) Onze leverpastei wordt in beslag genomen! Zonder leverpastei mogen we weer verder rijden. We rijden de hoofdweg af en parkeren bij een supermarkt in een rijk (en dus relatief veilig) plaatsje en lunchen bij de kfc.

Koe op weg.
Koe op weg. ©Ruben

Winkelstraat.
Winkelstraat. ©Ruben

Nog steeds de winkelstraat.
Nog steeds de winkelstraat. ©Ruben

Mark rijdt verder. Het schiet nu erg op, omdat we nu op een echte snelweg rijden en 120 km/u mogen. We rijden iets sneller dan dat. We gaan wel een enkele keer flink op de remmen omdat er flitspaal staat. We rijden door Durban. Het heeft wel wat. Een paar hoge flatgebouwen steken ver boven de rest van de bebouwing uit. Er staan borden langs de weg met de tekst "Arrive alive, speed kills" of iets dergelijks. Er rijden busjes met teksten als "Love power" en "Don’t give up" in grote letters erop geschilderd. We rijden over tolwegen en komen regelmatig langs punten waar we moeten betalen. Het is steeds rond een euro, maar uiteindelijk zijn we wel aardig wat kwijt. Maar daar krijg je dan wat voor terug. De wegen zijn hier over het algemeen beter dan in Nederland, lekker breed en je kunt hard doorrijden. (Dan bedoel ik dus de tolwegen rond Durban, niet de binnenwegen!) Onderweg gaat het flink regenen, maar later wordt het weer droger.

Het Zuid-Afrikaanse platteland.
Het Zuid-Afrikaanse platteland. ©Martijn

Grote fabrieken langs de weg.
Grote fabrieken langs de weg. ©Peter

Rond 17:15u rijden we over een brug waar volgens Martijn krokodillen en nijlpaarden onder liggen, waarna we St. Lucia binnenrijden. Je merkt wel meteen weer dat het hier relatief rijk is in vergelijking met het binnenland. Over het algemeen kun je wel zeggen dat de rijkste en meest toeristische plaatsen langs de kust liggen en het binnenland het armere gedeelte is. Als we de autodeuren opendoen, voelen we een klamme warmte op ons afkomen. Het is nog wel bewolkt. De kamers zijn goed. We hebben airco. Bij aankomst blijkt dat de inhoud van de koelbox niet heeft stilgelegen. Er is een fles met vloeibare bakboter lek gegaan en alles zit onder het vette spul. Daarnaast staat de koelbox weer eens vol met water, omdat de ijsblokjes snel smelten en we het water er niet op tijd uit gieten. Het resultaat is dus een flinke rommel. We proberen alles enigszins schoon te maken en zetten de koelbox en de inhoud te drogen. Gelukkig hebben we hier een koelkast.

Nadat we gesetteld zijn, lopen we St. Lucia in, op zoek naar een plek om te eten. We eten bij een Grieks restaurant. Als we zitten te eten, komt er een Nederlandse buslading oad-toeristen binnenlopen. Ook hier weten we de Nederlanders niet te ontwijken. Het eten is goed. Er is een soort jaren-50 groepje van zangers die een act opvoert. Het regent een beetje.

Na het eten ga ik internetten. Het is alweer een tijdje geleden dat ik dat gedaan heb en als ik m’n mailbox open, is het eerste mailtje dat ik lees van m’n zus die vraagt of m’n mailbox soms vol zit. Fijn is dat. Helemaal vol met spam dus. Ik mest m’n mailbox uit en stuur een kort mailtje naar het thuisfront. Het internet is hier langzaam. In totaal ben ik wel een uurtje bezig. Als ik klaar ben, gaan Martijn, Mark, ik en nog een paar andere mensen wat drinken bij een bar wat verderop. Een man die schijnbaar bij het hotel hoort, gaat ook mee en probeert ons te ronselen voor een boottripje op de oceaan. Voor de helft van de prijs van een georganiseerde tocht, maar zonder garantie dat we echt iets zien. Ik zie het niet zo zitten, wat er misschien mee te maken heeft dat de betreffende persoon nou niet bepaald nuchter lijkt. We besluiten morgen pas. Rond 23:30u lig ik in bed.

<< Index >>