Om 4:40u gaat de wekker. Ik ben vrij wakker voor het tijdstip. En dan te bedenken dat het in Nederland pas 3:40u is! Nou ja, je moet wat voor een vakantie over hebben. Om 5:15u moeten we voor de walvistochtenwinkel staan, wat vijf minuten lopen van het hotel is. Ik neem een eierkoek als ontbijt. Achteraf had ik volgens Martijn beter wat meer kunnen eten. We lopen naar buiten. Het regent. Hard. Zo hard dat ik voor het eerst (en het laatst) deze reis mijn poncho tevoorschijn haal. Desondanks word ik best nat. Gelukkig waait het amper en is het best warm. Als we voor de winkel staan, komt er een man aanrijden en wordt ons verteld dat we pas om 6:00u zullen vertrekken. Reden: het regent te hard en dan zouden we minder kans hebben om walvissen te zien.
Het begint gelukkig wat zachter te regenen en rond 6:00u vertrekken we dan uiteindelijk in een soort safaritruck. Echt een oude bak. We krijgen zware regenpakken om aan te trekken terwijl we naar het strand rijden. We rijden niet bepaald hard, maar het strand is dichtbij. We rijden een stuk het strand op naar een plek waar een tractor met een boot op de oplegger staat. De tractor heeft de naam "Moby’s dick" op de zijkant staan, wat later nog wat verwarring zou opleveren in een hotel dat "Moby’s" heet. Enfin, we krijgen ook nog een reddingsvest om aan te trekken en stappen in de boot. Ik zit ergens achterin. De boot wordt achteruit het water ingereden. Inmiddels ben ik al behoorlijk nat, omdat er flink wat water de boot in stroomt. Gelukkig had ik m’n oudste kleren uitgezocht en heb ik slippers aan i.p.v. m’n mooie leren wandelschoenen. De boot is nu los en wordt in de goede richting geduwd. Dit lijkt niet helemaal goed te gaan, want de kapitein, die nog op het strand staat, windt zich er flink over op en staat lekker te schreeuwen. Uitingen als "motherfuckers" worden naar de hoofden van de duwers geworpen. Uiteindelijk komt de kapitein, die volgens Ruben wel heel erg op Dr. Phil lijkt, ook aan boord.
We worden voorbereid op wat komen gaat. We zullen eerst door de branding varen. We moeten ons vooral goed vasthouden en met de boot mee bewegen. De motoren worden gestart en Dr. Phil geeft gas. We worden met grote kracht vooruit gestuwd. Het is echt verbazingwekkend wat voor kracht er in die motoren zit, maar ja, wat wil je met 2 keer 250 pk. Het stukje door de branding is echt spectaculair en het is een bijzonder gevoel om zo hard over de golven te varen. De stukken naar beneden voel ik me gewichtsloos; de stukken omhoog hoor en voel ik de kracht van de motoren. Het zoute water spettert in m’n gezicht. Uiteindelijk zijn we door de branding heen en wordt de zee weer rustiger. Hier gaan we even stil liggen en krijgen we verdere instructies. We gaan nu op zoek naar walvissen. Als iemand iets ziet, moet hij het meteen melden.

Een traktor met een vreemde naam.

Daar gaan we...

Door de branding.

Daar zitten we dan met z'n allen.
We gaan op zoek. De zee is ruig, de golven zijn hoog en we varen hard. We zien niets. Af en toe gaan we wat langzamer varen. Zou iemand al iets gezien hebben? Plotseling springt er voor m’n neus, precies in de richting waarin ik kijk, een walvis hoog uit het water. Met een flinke klap komt het beest weer in het water terecht. Wauw! De mensen die het gezien hebben, beginnen enthousiast te roepen. Even later springt hij nog een keer uit het water. Het is een erg spectaculair gezicht om zoiets van zo dichtbij te zien. Ik denk te verstaan dat het twee walvissen zijn, een moeder met haar kleintje. Ik zie er maar één. We varen er achteraan en af en toe liggen we stil. Dit laatste heeft niet bepaald een positief effect op mijn maag. Ik word goed zeeziek en ga een aantal keer over de reling hangen om mijn maaginhoud aan de Indische Oceaan toe te voegen. Het lucht wel wat op, maar ik voel me nog niet echt lekker. Ik ben niet de enige die er last van heeft. Ze zeggen dat je naar de horizon moet kijken, zodat je het op en neer gaan van de boot minder merkt. Wel lastig als de horizon de helft van de tijd is verborgen achter metershoge golven. We blijven een tijd lang naast de walvis varen. Er wordt uitgelegd dat walvissen uit het water springen om parasieten kwijt te raken. In principe is het dus gewoon een soort jeuken. Ik weet niet precies hoe lang we bij de walvis blijven, het lijkt ongeveer een half uur, maar het kan ook best een kwartier of drie kwartier geweest zijn. Uiteindelijk varen we met grote snelheid weer terug naar de kust.

Een walvis!

Nog een mooie sprong.

Daar gaat ie weer.

Dat zo'n groot beest zo ver uit het water kan springen...
Bij de kust aangekomen vraagt Dr. Phil via de radio om lichten. Waarschijnlijk is niet goed te zien waar we precies moeten zijn. Een stuk voor de branding gaan we weer even stil liggen en Dr. Phil vraagt ons om goed te luisteren. We gaan namelijk het strand op varen. We moeten allemaal gaan zitten, ons goed vasthouden en ons voorbereiden op een klap. Hij weet de spanning goed op te bouwen. Dan gaan de 2 x 250 pk weer voluit en varen we met grote snelheid richting het strand. Het is een vreemd gezicht om de kust zo snel op je af te zien komen. Zonder af te remmen varen de branding door, alle golven inhalend. Ik bereid me voor op de klap, maar tot ieders verbazing glijden we zonder klap het strand op. Alleen het tot stilstand komen veroorzaakt een klein schokje. Was dat het nou? Het was in ieder geval wel spectaculair.
We stappen uit, trekken de reddingsvesten uit en stappen weer in de safari-auto. Het is nog steeds slecht weer en het regent een beetje. We worden weer afgezet bij de winkel en we kunnen anderhalf uur later de dvd, die tijdens de tocht is gemaakt, komen ophalen. We lopen de vijf minuten terug naar het hotel. Er zijn nu twee dingen die ik wil: het eerste is een douche om al het zoute water van me af te spoelen en het tweede is eten. Nadat aan allebei deze behoeftes voldaan is, bereid ik me voor op onze volgende excursie: nog een boottocht!
Om 10:30u moeten we er zijn. Het is niet ver lopen van het hotel. We lopen een stukje de straat door, lopen een bocht om naar beneden en dan zijn we bij de rivier. Of meer, wat het ook is. Tijdens dit stukje lopen worden we vergezeld door de hond van het hotel, die we trouwens regelmatig door St. Lucia zien lopen. ’t Is een soort Jack Russel of zo. We lopen over de natte steiger naar de boot en gaan aan boord. Naast de kapitein is er nog een vrouw aan boord die als schoonmaakster en verkoopster fungeert. Het is een brede rondvaart-achtige boot. De banken aan de zijkant zijn nat van de regen. In het midden zijn nog een paar droge banken. We zijn eerst praktisch de enige, maar na een tijdje komen er meer mensen aan boord. Aan de leeftijd van de mensen die aan boord komen, leid ik af dat dit ritje wat minder heftig zal worden dan de vorige boottocht.
We vertrekken en varen over de meren. Al snel zien we een krokodil zwemmen. Wat krokodillen betreft hebben we pech met de regen. Hierdoor blijven de krokodillen in het water en laten ze zich nauwelijks zien. De kapitein vindt het echter niet erg dat het regent en van haar zou het 40 dagen achter elkaar zo hard mogen regenen. Daar dachten wij iets anders over, maar we zouden dus juist blij moeten zijn. Er is namelijk een grote droogte in het gebied rond St. Lucia. Ze is vooral blij over het feit dat de regen van de goede kant komt. Hiermee lijkt ze te bedoelen dat de regen nu uit het noorden komt in plaats van uit het zuiden, waardoor het meeste regen in de oceaan zou vallen. En ja, de oceaan heeft al water genoeg. Al met al genoeg reden om blij te zijn dat het regent.

Van het zoute water naar het zoete water: het merengebied bij St. Lucia. ©Martijn

Een krokodil. ©Peter

En weer een krokodil. ©Peter
Nadat we één kant van het meer gezien hebben, gaan we de andere kant op. We zien nijlpaarden in het water liggen. We zijn nu niet eens zo heel ver van het hotel. In St. Lucia staan dan ook borden dat je ’s nachts moet oppassen voor nijlpaarden die daar dan over de weg kunnen lopen. Vreemd idee dat je die beesten gewoon in je voortuin zou kunnen zien staan, maar ja, we zijn inmiddels wel wat gewend, dus ik weet niet of het ons nog zou verbazen.
We zien ook veel vogels. Allerlei soorten, teveel om op te noemen. In de boot liggen een aantal vogelboeken, waarin we kunnen opzoeken wat we nu eigenlijk zien. Ons wordt verteld dat er gisteren een luipaard gezien is vanuit de boot. Dat komt niet zo vaak voor. Wel jammer dat we die boot niet hadden, want het luipaard is één van de beesten die we nog niet af hebben kunnen strepen. Na veel vogels, nijlpaarden en een paar krokodillen keren we weer terug. Bij het uitstappen moeten we aan onze bagage denken. Dure camera’s mogen we laten liggen, de rest moeten we meenemen...

Veel nijlpaarden. ©Peter

Hoe ver kan jij je mond open doen? ©Martijn

En heel veel gele vogeltjes... ©Martijn
Als we weer aan land zijn, lopen ik, Mark en Ruben meteen naar de walviswinkel om onze dvd te gaan bekijken. De stukjes waar ik over de reling hang, hebben ze er gelukkig uitgeknipt en we kopen ‘m. De man achter de balie is niet helemaal blij over het feit dat we met z’n drieën maar één dvd nemen en benadrukt nog even dat er wel een kopieerbeveiliging op de dvd zit. We zeggen maar niet dat we wel een beetje handig zijn met computers. We horen trouwens ook dat de walvistocht die na ons kwam, is afgelast door het slechte weer. Hebben we toch weer geluk gehad dus! Daarna gaan Mark en Ruben weer terug en ga ik naar een internetcafé om m’n foto’s op cd te laten zetten. Ik dacht voor vier weken wel genoeg te hebben aan een geheugenkaartje van 1 GB, maar dit blijkt dus niet het geval. Het branden van de 2 cd’s duurt even. In de tussentijd probeer ik nog even te internetten, maar het internet is hier zo langzaam dat ik alleen toekom aan het verwijderen van wat spam. Uiteindelijk is het branden klaar en kan ik weer met een gerust hart foto’s maken.
Het is nu (pas) lunchtijd. De rest van de dag is niet zo interessant. Ik lunch, Mark, Martijn en Ruben kijken film, ze lunchen later bij Wimpy’s. Ik lees, we doen boodschappen, we gaan naar het postkantoor om eindelijk de kaarten op de bus te doen, het regent. Teruggekomen bij het hotel moeten we nog iets belangrijks doen: een camping regelen voor de volgende dag! We weten dat we naar de Drakensbergen willen en hebben een aantal bronnen met campings tot onze beschikking, waaronder "Coast to coast", "The alternative route" en het (langzame) internet. Het kiezen van een camping is moeilijk, want we weten niet wat de goede (lees rijke en dus niet gevaarlijke) plaatsen zijn. Verder maken we ons zorgen dat onze auto het gebergte niet aankan. Op de snelweg merken we al dat de auto het moeilijk heeft als we met 100 km/u een heuvel op willen rijden en ook met steile opritten hebben we moeite als we niet eerst de zwaarste tassen eruit halen. Uiteindelijk kiezen we een camping met de naam "Glengarry", vlakbij Kamberg. Op de mooie foto staan een aantal vakantiehuisjes en in de begeleidende tekst lezen we dat de campingplaatsen "grassed for comfort" zijn. Als ze daar gras al comfortabel vinden, wat moeten we dan wel niet verwachten? We vertrouwen het niet helemaal en besluiten eerst voor één nacht te reserveren; we kunnen altijd nog overwegen om langer te blijven. We hebben in ieder geval een slaapplaats.
We eten simpel: soep met brood, Ruben speelt met z’n in de winkel gekochte neppistool, ik lees nog wat, rond 23u slapen we.