<< Index >>

Dag 18 - dinsdag 14 november 2006 - Naar Drakensbergen

Om 7:00u gaat de wekker, maar ik ben al eerder wakker. We pakken alles in en vertrekken om 9:30u. Natuurlijk schijnt vandaag, op de dag dat we hier vertrekken, de zon het hardst. De lucht is strak blauw en het is lekker warm. Eerst tanken we en kopen we nieuwe ijsblokjes. Ik rijd het eerste stuk en we stoppen na twee uur bij een "Ultra City" tankstation van Shell. Het blijft me verbazen dat de tankstations hier een stuk luxer zijn dan in Nederland. Bij Durban slaan we af richting Pietermaritzburg. We rijden tot het plaatsje Hilton. Ze hebben hier ook een hotel en dit hotel heet dan ook het Hilton hotel. Wel grappig. We stoppen weer bij de Shell en lunchen hier.

Zomaar een willekeurige foto van de weg.
Zomaar een willekeurige foto van de weg. ©Peter

Martijn rijdt verder. Het is even zoeken aan de hand van de routebeschrijving die in de "campinggids" staat en in Nottingham Road missen we de afslag richting Kamberg. We rijden terug en nemen de goede afslag. Het is vanaf hier nog flink ver rijden en de weg wordt merkbaar slechter. Er zitten erg veel potholes in de weg. We krijgen het idee dat we nu wel erg ver van de bewoonde wereld zitten en vragen ons af of we niet beter in Nottingham Road boodschappen hadden kunnen doen. We moeten immers nog vlees kopen voor de braai.

De camping heet Glengarry en is weer eens asociaal mooi. Eén van de campings die in het echt mooier is dan op de foto in de folder. We hebben het gevoel dat we door een Engelse tuin rijden. We checken in en mogen elke plek kiezen die we willen, behalve plek nummer 7. Achteraf blijkt dit nogal begrijpelijk, aangezien dit de enige plek is die al bezet is. Het verbaast me echt waarom het op deze camping niet drukker is. We zetten de tenten op. We staan bij een meer met erachter bossen en een berg. Het is hier verlaten, afgelegen en extreem mooi. Van onze buurman krijgen we een aantal blokken hout en we nodigen hem uit om ’s avonds wat te komen drinken. Onze buurman blijkt behalve een fervent golfer een drukke zakenman, die de hele tijd aan de telefoon hangt. We spreken hem nog één keer of zo.

Glengarry; wat mij betreft de mooiste camping ooit. Dit is het uitzicht van voor de tenten. Op de voorgrond Percy, de campinghond.
Glengarry; wat mij betreft de mooiste camping ooit. Dit is het uitzicht van voor de tenten. Op de voorgrond Percy, de campinghond. ©Peter

Uitzicht naar links.
Uitzicht naar links. ©Peter

Uitzicht naar rechts voor.
Uitzicht naar rechts voor. ©Peter

Uitzicht naar links voor.
Uitzicht naar links voor. ©Martijn

Ik blijf op de camping terwijl Ruben, Mark en Martijn boodschappen gaan doen in Nottingham Road. Als ik zit te lezen, komt de campinghond, die later Percy blijkt te heten, voor m’n voeten liggen. Als de rest terug is, eten we. Het is donker tegen de tijd dat we eten en er zitten hier erg veel beestjes. Ze komen op onze elektrische olielamp, één van de weinige lichtbronnen in de omgeving, af. Het zijn vooral motten en kevers en ze zitten overal, ook in het eten. Niet echt fris, maar we moeten toch eten. Ik probeer ze zoveel mogelijk te vermijden, maar ik kan me niet aan het gevoel onttrekken dat er een aantal mee naar binnen zijn gegaan. ’s Avonds kijken we kort naar de sterren. Hier is het pas echt donker. We zien veel.

<< Index >>