<< Index >>

Dag 21 - vrijdag 17 november 2006 - Naar Melville, Margate

Als we de tenten afbreken, lijkt het er nog even op dat we haast moeten maken, omdat het begint te regenen. Uiteindelijk valt het wel mee. Ik rijd eerst. Op de radio horen we dat er een ongeluk is gebeurd op het stuk snelweg waar wij ook heen moeten. Er is een omleiding via een soort parallelweg. Een lange rij auto's slingert zich over deze weg, maar we rijden in ieder geval door. Uiteindelijk bereiken we de snelweg. We moeten weer via Durban, waar de snelweg echt op een racebaan lijkt. Ongeveer halverwege neemt Mark het over. Het begint te regenen. Als we de snelweg af rijden, rijden we langs de kust. Een stuk verder richting de zee kronkelt een spoorlijn met de weg mee. Afgezien van het sombere weer ziet het er hier een beetje tropisch uit. Het is weer even zoeken aan de hand van de sumiere routebeschrijving die in onze backpackers-gids staat, maar uiteindelijk arriveren we dan bij het goede adres. De omgeving doet me een beetje aan Port St. Johns denken, maar de sfeer is hier toch wel anders.

We moeten met de auto een korte, maar steile oprit op en een hek door. We parkeren de auto in de "tuin" en brengen onze tassen naar de kamer. We hebben voor een dorm gekozen (d.w.z een aantal stapelbedden op één grote kamer), omdat dit nog de enige mogelijkheid was. We lunchen. Op het eerste gezicht ziet het er hier gezellig uit, maar het is zo te zien niet erg druk. We zien wel wat mensen, maar deze zijn later weer weg. Afgezien van twee andere mensen zullen we de enige zijn die hier overnachten. De eigenaren (of in ieder geval de mensen die de backpackers runnen) zijn een man en een vrouw. Later zitten ze nog voor de tv met wat hun kinderen lijken te zijn. De vrouw vertelt dat ze ergens anders wonen, maar hier voor ’t weekend zitten of iets dergelijks. Als we vragen of er in Melville ook restaurantjes of supermarkten zijn, vertelt ze ons dat we dan beter naar Margate kunnen gaan, wat op een kleine 20 km afstand ligt. Ze geeft ons wat tips voor goede restaurantjes. Dan komt haar moederinstinct boven en wordt ons op het hart gedrukt dat we vooral voorzichtig moeten rijden, zeker als het donker is. Als ze te weten komt dat ik de enige ben die niet drink, krijgen we nog een korte speech over dat ik maar moet rijden en zo. Het valt ons een beetje tegen dat er in Melville vrijwel geen voorzieningen zijn qua winkels.

Vandaag maken we met z'n vieren maar één foto en dit is hem. Zelfs Martijn maakt er geen (en dat zegt wat). De troosteloosheid van vandaag wordt goed weerspiegeld in de foto zelf. Zittend op de veranda van het hotel, kijkend op de oceaan terwijl het regent.
Vandaag maken we met z'n vieren maar één foto en dit is hem. Zelfs Martijn maakt er geen (en dat zegt wat). De troosteloosheid van vandaag wordt goed weerspiegeld in de foto zelf. Zittend op de veranda van het hotel, kijkend op de oceaan terwijl het regent. ©Peter

De achterkant van het hotel kijkt uit op de oceaan. Via een deur in de tuin zou je naar het strand kunnen lopen. Als het echter flink begint te regenen, hebben we geen zin meer om te controleren of dit inderdaad het geval is. We gaan ons in plaats daarvan maar een uurtje vervelen op de veranda. Rond 16:30u vertrekken we al richting Margate. Ik rijd. In Margate weten we niet goed welke kant we op moeten. We zoeken naar de namen van de restaurants die we nog in ons hoofd hebben zitten, maar zien niet zo snel iets. Voordat we het weten, zijn we het centrum alweer uit en moeten we keren. We parkeren de auto maar ergens in het centrum en gaan lopend op zoek naar een restaurant dat ons aanspreekt. We kijken in de tussentijd ook nog even hoe duur de huizen hier zijn, wat niet echt duur is. Uiteindelijk valt onze keuze op "Larry’s diner" (of zoiets?). Het thema is hier blijkbaar naambordjes, wat we kunnen afleiden uit het feit dat er daarvan honderden, zoniet duizenden, hangen. Ik neem een pizza waar o.a. banaan op zit. Vanuit dit restaurant hebben we een goed uitzicht op de parkeerplaats, waar zich een interessant ritueel afspeelt: parkeren. Om te beginnen loopt er een soort parkeerwachter rond die helpt met inparkeren. Hoewel het voor ons de makkelijkste vorm van fileparkeren lijkt, hebben Zuid-Afrikanen hiermee de grootste moeite. De auto’s staan echt schots en scheef, bijvoorbeeld als iemand geen zin heeft om achteruit in te parkeren en het maar vooruit doet. We moeten erg lachen om deze rare capriolen.

Als we terug willen gaan naar het hotel, is het donker. Aangezien ik de enige ben die niet heeft gedronken, mag ik rijden. Dit is de eerste keer dat we in het donker rijden (wat trouwens niet wordt aangeraden in Zuid-Afrika) en het is even zoeken naar het knopje voor de koplampen. Het regent ook nog enigszins. De natte weg maakt het rijden niet echt makkelijker, omdat de belijning nauwelijks nog zichtbaar is. Op sommige stukken zitten gelukkig van die kattenogen in de weg, waardoor het wat makkelijker richten is. Uiteindelijk komen we weer bij het hotel.

De tv is vrij! We besluiten een film te kijken. De keuze valt op "The House of Wax", wat een beetje een standaard Hollywood-horrorfilm is, met o.a. Paris Hilton! Er zitten wel leuke dingen in en op sommige punten is het nog spannend ook. Ik merk dat het geluid af en toe hapert. Ik realiseer me dat dat niet door slechte ontvangst komt of iets dergelijks, maar dat scheldwoorden als d*mn, f*ck en g*d eruit worden gehaald. Als de film is afgelopen, gaan we naar bed.

<< Index >>