De dag begint bewolkt. Vandaag is de dag dat we Ruben achterlaten in Port Elizabeth, waar vandaan hij vanmiddag naar Kaapstad en vannacht naar Schiphol zal vliegen. Hij moet alleen nog op het vliegveld zien te komen, maar dat is praktisch een kwestie van de straat uit rijden. Mark, Martijn en ik willen al na het ontbijt vertrekken. We laden de auto in zonder Rubens spullen en nemen rond 9:30u afscheid. Het is wel een vreemd idee dat we de rest van de vakantie zonder Ruben moeten doorbrengen. Wie moet er nu koken?

's Ochtends bij de backpackers. ©Peter
Ik rijd. We rijden dezelfde weg als we Port Elizabeth zijn ingereden en stoppen onderweg nog bij de supermarkt. De supermarkt hier is een extreem grote hal. Zo groot zie je ze in Nederland niet. In deze supermarkt passen wel een paar Boeing 777’s naast elkaar. Als we de boodschappen hebben ingeladen, rijden we verder, richting Tsitsikamma. Inmiddels schijnt de zon volop. In mijn geheugen was de rit langer en we arriveren al vroeg in de middag. Volgens mij rond 13:00u.
We volgen dezelfde procedure als de vorige keer dat we hier waren, wat pas twee weken geleden is, maar voelt als een maand. We mogen de campingplek deze keer niet zelf uitzoeken, maar krijgen er één toegewezen: plek 107. Het is aan de andere kant van de camping van waar we de vorige keer stonden. Wel aan de zee, want daar hadden we voor gereserveerd. Ook hier is het zonnig en ik voel de zon branden op mijn daarna snel ingesmeerde huid. We lunchen en zetten de tenten op. We zitten nu dus ook weer in de buurt van de Bloukransbrug en ik overweeg nog steeds om er vanaf te springen. Misschien dat we daar vanmiddag tijd voor hebben. Eerst gaan Mark en ik boodschappen doen bij de campingwinkel, terwijl Martijn zijn apparaten gaat opladen in de campingkeuken.

Geen wolkje aan de lucht. Nou ja, bijna geen dan. ©Peter
Als we terug komen bij de tenten, komt er vanuit het westen een enorm donkere lucht aanzetten. Het ziet er niet vrolijk uit en het lijkt een zware onweersbui te worden (toch nog!). We besluiten maar niet naar de Bloukransbrug te rijden; in het weer dat komen gaat, wordt er vast niet gesprongen. In de verte lijkt het al te regenen. Al vrij snel beslissen we dat we de bui maar zittend in de auto gaan uitzitten en pakken wat te drinken uit de koelbox. Er is flink wat bliksem te zien. De bui, die wat wegheeft van een rolwolk, komt steeds dichterbij en de wind begint aan te trekken. Zelfs de golven lijken nu moeite te hebben om te breken en de schuimkoppen worden teruggeblazen.

Slecht weer op komst. ©Peter

Dit ziet er niet fris uit. ©Peter

Zelfs de golven lijken nu moeite te hebben om te breken en de schuimkoppen worden teruggeblazen. ©Peter
Voordat we klaar zijn met discussiëren of we de tenten nu wel of niet zullen afbreken, barst het echt los. Het gaat allemaal erg snel en met een paar harde windstoten worden onze tenten platgedrukt. Toekijkend vanuit de auto word ik er niet blij van. De tentstokken hebben nu hoeken die niet horen en steken door het tentzeil heen. We stappen uit, in de nog steeds harde wind, in een poging de schade te beoordelen. Plotseling staat er een Nederlander achter ons (je komt ze op de meest onverwachte momenten tegen) die ons eerst in het Engels vraagt waar we vandaan komen. Hij vraagt of we hulp nodig hebben en zegt dat hij in het huisje achter ons zit. In noodgevallen mogen we bij hem aankloppen, waarvoor we hem bedanken.

Er zijn maar een paar korte stevige windstoten nodig om de tenten plat te krijgen. ©Peter
Dan komt de regen. We zitten nog niet eens halverwege de bui en we vrezen het ergste. Het lijkt alleen maar erger te worden. We stappen weer in de auto. Het regent hard. Erg hard. Zo hard, dat het water in de auto bij de rechterbovenhoek van de voorruit naar binnen komt. Omdat er een aantal scheuren in de tenten lijken te zitten, betwijfelen we of het daarbinnen wel droog blijft. Ik bedenk me wat ik in de tent heb liggen. Een matras en mijn tas met kleren en slaapzak en dergelijke. Martijn heeft zijn mediadrive nog in de tent liggen (waar hij z’n foto’s in opslaat) en gaat een reddingspoging wagen. Het waait nog steeds erg hard en Martijn krijgt de deur aan zijn kant bijna niet open. Als hij terugkomt, is hij drijfnat, maar heeft wel zijn mediadrive en de schade lijkt mee te vallen. Het lijkt het einde van de wereld. Eindelijk gaat het zachter regenen, breekt de zon door en verschijnt er een regenboog.

Het regent zo hard dat het water bij de voorruit naar binnen komt. ©Peter

Regenboog... ©Peter

Een troosteloos aanzicht. ©Peter
Het lijkt alsof er een uur voorbij is, maar in totaal heeft het geheel maar een half uur geduurd. We zien meer mensen die de schade aan hun tent komen opnemen. We zien wel wat dingen los zitten, maar bij niemand is de tent echt plat gegaan. Het is een droevig gezicht. Grappig hoe je behoeften en prioriteiten op zo’n moment kunnen veranderen. Eten hebben we in de auto, in ieder geval tot de volgende dag. Schuilen en slapen kunnen we ook in de auto. Meer hebben we niet nodig en de auto wordt het centrum van onze wereld. We halen de spullen uit de tenten. Verbazingwekkend genoeg is mijn tas helemaal droog gebleven. Die gaat in de auto. De matrassen zijn een stuk natter. We leggen alles te drogen en proberen het water zoveel mogelijk van en uit de tenten te halen.
Nu is de vraag: hoe en waar brengen we de nacht door? We overwegen al om naar de receptie te gaan om te kijken of er nog huisjes vrij zijn, maar bij nadere controle van de tenten blijkt dat we nog genoeg hele spullen hebben om één hele tent op te zetten. Daar passen we makkelijk met z’n drieën in. Twee van ons zullen wel op natte matrassen moeten slapen, want die drogen waarschijnlijk niet zo snel. Wel toevallig dat we net vanochtend Ruben hebben achtergelaten, anders hadden we een probleem gehad. Vraag 2: wat doen we met het eten? Eerst willen we het er nog op wagen om zelf te koken, maar vanuit het westen komt opnieuw een donkere bui op ons af. Dat gaat dus niet werken. We vragen ons af of hier nog wel een einde aan gaat komen vandaag. We hebben er even genoeg van, pakken zo goed en zo kwaad als het gaat de bijna droge tenten en natte matrassen in en gooien alles in de auto. We moeten nog haast maken, want de nieuwe bui komt snel dichterbij. We gaan bij het campingrestaurant eten. We laten onze plek leeg achter; dan kan er ook niets wegwaaien terwijl we er niet zijn.

De volgende lading lijkt er alweer aan te komen. ©Peter
Het restaurant zit naast de campingwinkel. Voor de binnenruimte moet je gereserveerd hebben, dus we zitten op het, gelukkig wel overdekte, "terras"-achtig iets. Als Martijn bier wil bestellen, krijgen we te horen dat ze dat hier niet mogen verkopen, maar dat we het wel zelf mogen meenemen! We kunnen ’t ook kopen bij de campingwinkel! Vreemd. Het eten wordt gebracht. Misschien komt het door onze abrupt verlaagde levensstandaard, maar het eten is hier extreem lekker. Het weer lijkt zich in te houden.
Het is weer knopen-doorhak-tijd! Vannacht slapen we met z’n drieën in één tent. Morgen rijden we direct naar Hermanus en we gaan niet meer kamperen. We overwogen voor vandaag nog om te kamperen op de route tussen hier en Kaapstad, maar nu wordt het dus in één keer naar Hermanus en waarschijnlijk van daar naar Kaapstad. De laatste nacht in Kaapstad hebben we al gereserveerd. Als Hermanus bevalt, blijven we daar drie nachten. Ik maak een reservering bij een hotel met de naam "Moby’s", niet te verwarren met een traktor uit St. Lucia.
We zetten opnieuw en waarschijnlijk voor de laatste keer, onze tent op. We zetten hem zo dicht mogelijk naast de auto, in de hoop dat deze een beetje beschutting kan bieden in het geval van een nieuwe bui. We zitten nog een tijd, misschien ook wel voor de laatste keer, dichtbij het vuur in de braaiplaats. We gaan slapen.