We staan langzaam op, ontbijten en pakken de tent in. Deze keer zien we geen dolfijnen bij het ontbijt. Het is half bewolkt. Om 9:30u, een half uur later dan we weg moeten zijn, rijden we het park uit en slaan we linksaf, weer richting Kaapstad. Ik rijd. Al snel komen we bij de afslag naar de Bloukransbrug, waar ik nog steeds overweeg vanaf te springen, maar ik zie het toch niet zitten. We rijden verder en gaan over de brug in plaats van er vanaf. Later vandaag zal ik nog één kans krijgen. Als we de "Eastern Cape" provincie uit rijden, worden we weer aangehouden bij een vleescontrole. Deze keer hebben we geen varkensvlees bij ons en mogen we al snel weer verder.
Martijn wil graag nog een paar souvenirs kopen en ik meen me te herinneren op de heenweg het één en ander langs de weg te hebben gezien. Net voorbij Knysna komen we inderdaad bij een craft market. Hier kopen we wat souvenirs. Martijn is flink aan het afdingen, maar krijgt het niet mee voor de prijs die hij wil. Als Martijn eindelijk klaar is, vertrekken we weer. De volgende stop is in George. We doen boodschappen bij onze vertrouwde supermarkt en daar vandaan rijdt Martijn ongeveer 20 minuten verder. Het is bijna 13:00u als we langs de weg stoppen bij een picknickplaats met uitzicht op Mossel Bay. Op zee is de lucht blauw, maar hier gaat de zon verscholen achter de wolken. We lunchen. Plotseling beginnen allerlei langsrijdende auto’s te toeteren. We vragen ons af wat er aan de hand is; onze auto staat in ieder geval niet in de fik. De oorzaak van al het getoeter blijkt een niet onaantrekkelijke vrouw te zijn die een stukje verder op de picknickplaats hevig staat te zwaaien naar al het voorbij rijdend verkeer. Dat lijkt ons nou niet aan te raden, zeker niet in Zuid-Afrika, maar ja, zulke mensen moeten er ook zijn.

Mosselbaai. ©Peter
We rijden weer verder. Ik zit muziek te luisteren en te lezen als ik een beetje een vreemd gevoel krijg. Zonder iets te zeggen en zonder aarzeling neemt Martijn de afslag. Ik hoef niet te kijken om te weten wat er op het bordje staat dat ik vanuit mijn ooghoek voorbij zie gaan. Dat weet ik nog maar al te goed van op de heenweg. We zijn bijna de enige op de parkeerplaats. Bewust laat ik mijn spullen in de auto liggen. Ik doe net alsof ik het ga doen, misschien is de laatste stap dan makkelijker te nemen. We lopen het terrein op, richting de Old Gouritz River Bridge. Hier reed vroeger het verkeer overheen; nu wordt er alleen nog maar vanaf gesprongen. We lopen een stukje de brug op en kijken over de reling naar beneden. Dit ziet er helemaal niet zo heel hoog uit. Er zijn nog drie mensen op de brug. Twee daarvan zijn een man en een vrouw die het blijkbaar ook overwegen. De andere man blijkt de beheerder van één van de twee "springinstallaties". Er is één punt waar je een normale bungy jump kunt maken. Bij het punt waar de man bij hoort, kun je allerlei swings doen. Het touw zit dan vast aan de andere (nieuwe) brug, waar je onderdoor schommelt. De man staat uit te leggen in welke houdingen je allemaal kunt springen: als superman, zittend, liggend, enzovoort. Maar ik wil de originele bungy jump doen en daarvoor moeten we bij de buren zijn. Inschrijven gebeurt in een huisje een stukje terug. We lopen erheen. Ik twijfel nog steeds en Mark en Mark en Martijn zeggen dat ze het me niet kwalijk zullen nemen als ik het alsnog niet doe. Mark zou zelf sowieso niet gaan en Martijn zou wel willen, maar heeft last van zijn rug. Ik denk dat ik er spijt van zou krijgen als ik het niet zou doen. Het is hier immers ook maar 170 rand (~18 euro), waar je in Scheveningen meer dan 50 euro betaalt. Ik besluit gewoon nog een stap te zetten in de richting van de sprong en me in te schrijven.

The Old Gouritz River Bridge. ©Martijn
Het is opvallend druk in het gebouwtje voor de inschrijving en al deze (ongeveer acht) mensen blijken later bij het bungy jumpen te horen. Ik zeg dat ik wel zou willen springen, maar dat ik nog twijfel. Ik krijg eerst een paar filmpjes te zien van andere mensen die gesprongen hebben. Het lijkt me toch wel leuk en ik schrijf me in. Dit komt in feite neer op het ondertekenen van een formulier waarop staat dat je ze niet mag aanklagen in geval van een ongeluk. Niet waarschijnlijk dat ik daar dan nog wat aan zou hebben. Ik moet mijn zakken leegmaken en mijn bril af doen. Ik geef alles maar aan Martijn. Dan word ik gewogen: 67 kg! Wel met kleren aan, maar dat zou toch betekenen dat ik niet heel erg ben afgevallen de afgelopen drie weken. Mijn gewicht wordt met watervaste viltstift op mijn hand geschreven, achter de letter ‘B’, die vast voor bungy staat.

Het elastiek wordt aan m'n enkels gebonden. ©Peter
Dan is alles afgerond. Voordat we naar buiten lopen, komt iedereen in beweging. Plotseling lijkt er van alles in gang gezet. Vijf mensen van de bungy lopen voor ons uit en verspreiden zich over het terrein. Ik neem afscheid van Martijn en Mark, die vanaf een plek van de zijkant van de brug foto’s zullen nemen. Met een formuliertje in mijn hand loop ik naar de brug. Hier wordt er een ‘3’ op mijn hand geschreven. Bij navraag omdat ik de derde jumper van de dag ben. Eerst word ik in een geel harnas gehesen. Dat is alleen voor de veiligheid. Dan krijg ik een parachute om. Tenminste, dat maakt de gast die me inpakt ervan. Ik vraag me af wat het nut is van het rolletje dat op mijn rug zit. Later bedenk ik me dat hier het harnas misschien in gedaan wordt als ik beneden ben. Ondertussen wordt dit alles vastgelegd met een fotocamera. Naast me hoor ik allemaal geroep en geschreeuw als de twee mensen die samen met mij stonden te overwegen, de swing maken. Het ziet er nog best spectaculair uit. Dan wordt het elastiek aan mijn benen gebonden. Eerst krijg ik een brede band om mijn enkels, waarna er een andere band een paar keer omheen gewikkeld wordt. Het zit in ieder geval goed vast. Het bungy-elastiek wordt tevoorschijn gehaald en wordt aan de brug vastgemaakt. Dan moet ik bij de reling gaan staan. Het is me niet helemaal duidelijk wat nu de bedoeling is, maar het blijkt dat ik door een gat in de reling heen moet. Dit omdat ik natuurlijk niet over de reling kan klimmen, aangezien mijn benen aan elkaar zijn gebonden. Aan de andere kant van de reling is een klein platform gemaakt. Het is nog net geen springplank.

Hier sta ik nog even mijn zonden te overdenken. ©Peter

Het aftellen mag beginnen... ©Peter
Nu gaat het allemaal erg snel. Terwijl ik aan mijn harnas vastgehouden word, moet ik mijn voeten over het randje zetten. Ik moet mijn armen gedurende de sprong helemaal wijd houden, om te voorkomen dat ik in de knoop kom met het elastiek. Dan beginnen er plotseling allemaal mensen overenthousiast af te tellen. Ik kijk achterom om te zien wie die mensen toch allemaal zijn. Het aftellen gaat erg snel en ik heb geen tijd om te bedenken of dit toch wel een goede keuze was. Voordat ik het weet is het aftellen bij nul. En ja, bij nul is het springen. Ik spring...

Nou, daar gaan we dan. ©Martijn

Bijna beneden. ©Martijn
Wat mensen zeggen over dat op zo’n moment de tijd wordt uitgerekt, klopt wel. Ineens gaan er allerlei gedachten door je hoofd. En dan niet alleen de vraag of het niet handig was geweest om toch maar een testament achter te laten. Maar wat je voornamelijk merkt, is dat er geen grond onder je voeten zit en dat je met een enorme versnelling omlaag getrokken wordt, terwijl de lucht snel langs je hoofd stroomt. Net als in een snelle achtbaan krijg ik een onbedwingbare behoefte om iets uit te schreeuwen. In dit geval zijn dit de nobele woorden "f*ck it", die ik krampachtig uit m’n longen weet te persen. Maar al snel realiseer ik me dat ik nu toch niet meer terug kan en er verder maar beter van kan genieten. Eigenlijk kan ik vanaf dit punt alleen nog maar lachen. Mijn buik voelt alsof er vlinders in zitten. Het voelt alsof ik vlieg. Compleet vrij van alles. Ik voel de snelheid. Dan komt het eerste keerpunt. Van het ene op het andere moment voel ik mijn armen langs mijn oren vliegen, weet ik even niet meer wat boven en onder is en voel ik het bloed naar mijn hoofd stromen. Ik voel de kracht van het elastiek. Dan word ik weer omhoog getrokken. De druk in mijn hoofd vermindert snel. Razendsnel zie ik de brug op me afkomen, maar ik weet dat het onwaarschijnlijk is dat ik die zal raken. Misschien is snel omhoog gaan nog wel leuker dan snel omlaag gaan. Het aller- aller- allerleukste punt is het punt dat nu komt, waar ik heel even stil en gewichtsloos in de lucht hang. Mijn voornaamste gedachte is: waar moet ik me vasthouden? Maar er is niets om me vast te houden en ik weet dat ik dat hele stuk weer naar beneden moet. Ik voel mezelf lachen en ik ga weer omlaag. De volgende keer is minder heftig en daarna heb ik al niet meer het gevoel dat ik op en neer ga. Wat ik nu wel voel, is dat het bloed naar m’n hoofd stroomt. Dit voelt niet alsof ik het lang ga volhouden, maar ik voel al aan het elastiek dat ik naar beneden gelaten word. Beneden zie ik de man staan die me op gaat vangen. Langzaam slinger ik dichterbij en kunnen we elkaar vastpakken. Ik moet m’n kin op mijn borst leggen en ik word neergelaten op een plastic matje dat in het midden van de rivier op een zandbank ligt. Wauw!

En dan word ik neergelaten. ©Martijn

Sfeerplaatje. ©Peter
Ik kan even bijkomen terwijl ik losgemaakt word. Normaal word je hier in een bootje neergelaten, maar het water staat nu veel te laag en kom je neer op een zandbank in het midden van de rivier. De man vertelt me dat ik mijn schoenen uit moet doen, want we gaan door het water naar de kant. Hij verontschuldigd zich hiervoor, maar ik snap niet helemaal wat hij er aan kan doen. We praten over wat ik in Zuid-Afrika doe, terwijl ik mijn broekspijpen omhoog doe en we door het kniehoge water naar de kant waden. Daar trek ik m’n schoenen weer aan, die daarna uiteraard vol met zand zitten. We lopen naar een pick-up truck die ons op komt pikken. Samen met de man en de man en vrouw die voor mij de swing maakten, zitten we in de laadbak. Het stelletje van de swing zegt dat ze me hebben zien springen en complimenteren me voor mijn mooie sprong. Ze discussiëren wat over wie van hen het hardste schreeuwde bij de swing. Volgens de vrouw schreeuwde haar vriend als een vrouw, waar hij het niet helemaal mee eens is. Verder blijken ze in Kaapstad te wonen en waren ze een dagje uit toen ze hier de bungy-jump zagen. De wagen rijdt ons weer naar het gebouwtje waar ik me heb ingeschreven. Hier ontmoet ik Mark en Martijn weer. In het gebouwtje krijg ik de foto’s en het filmpje te zien die gemaakt zijn. Voor iets van 100 rand (geloof ik) worden deze voor me op een cd’tje gebrand. Als het branden klaar is, vertrekken we. Hoe enthousiast ik ook ben over de sprong, Martijn en Mark zijn niet over te halen om ook te gaan.
We vertrekken weer. We krijgen nog een aantal mooie wolkenformaties te zien, waar de zon tussendoor schijnt. Het ziet er soms dreigend uit. Ruim anderhalf uur na de sprong rijden we het kleine plaatsje Riviersonderend in. We willen even pauze nemen en draaien een willekeurige straat in. Het komt me hier wel erg bekend voor. Dan realiseer ik me pas dat dit hetzelfde plaatsje en exact dezelfde straat is als waar we op de heenweg gestopt waren. Hier hebben we op weg van Stellenbosch naar Wilderness onze eerste echte boodschappen gedaan en die fleece dekens gekocht waar we geen spijt van hebben gehad. Nou, dan is het het wel waard om een paar foto’s te nemen. We pauzeren alleen even en Mark rijdt daarna verder. Amper 100 meter verderop stoppen we bij de Shell. Als ik na een sanitaire stop naar buiten kom, zie ik plotseling mijn twee medespringers lopen. Helemaal enthousiast zeggen we elkaar gedag. Erg toevallig dat we elkaar in zo’n klein gehucht weer tegenkomen. Maar als ik er even over nadenk, valt dat best wel mee. Dit is immers de kortste route richting Kaapstad en ik denk dat er weinig mensen zijn die een andere route zullen nemen. Wat dat betreft is Zuid-Afrika niet zo heel groot: de meeste mensen zullen de goede hoofdwegen langs de kust nemen en dat zijn er niet zoveel.

Riviersonderend, in onze oude vertrouwde straat. ©Peter

Op weg naar Hermanus. ©Peter
We rijden weer verder. Tien kilometer na Riviersonderend slaan we af richting de kust. Afslaan in Zuid-Afrika is vaak best extreem. Meteen verandert de omgeving. Het landschap is anders, er staan andere bomen en zelfs de zon gaat volop schijnen. We rijden door landbouwgebied en langs de weg liggen de strobalen van het maaien, die hier een typische vorm hebben. Via Standford rijden we naar Hermanus. Het ziet eruit als een leuk en gezellig stadje. Wel rijk en wat toeristisch.
We hoeven niet lang te zoeken naar ons hotel: "Moby’s". Ziet er op zich redelijk uit. Bij het inchecken blijkt dat de prijs die we moeten betalen hoger is dan die in de gids vermeld staat. Dat is wel een tegenvaller, maar we nemen het maar voor lief. De kamer ziet er redelijk uit. Er staat één tweepersoonsbed, drie (of twee?) eenpersoonsbedden en we hebben een simpele badkamer. Tot zover oké. Als we echter op zoek gaan naar de keuken, blijkt dat de vrouw die ons ingecheckt heeft, zelf ook even moet zoeken. Het hotel heeft sinds kort een nieuwe eigenaar en ze komt zelf net terug uit Johannesburg of zoiets. In een hoekje ergens achteraf in de tuin, naast het vies-uitziende "zwembad", staat een gebouwtje dat de keuken moet voorstellen. Het ziet eruit alsof er al maanden niemand geweest is en dat blijkt ook het geval te zijn. Het is er donker, ik betwijfel of er hier water uit de kraan gaat komen en als we vragen waar het gas zit, gaat ze toch maar nog een keer navragen hoe het precies zit. De keuken blijkt niet meer in gebruik. Er is een paar maanden terug een brand geweest en de keuken mag niet meer gebruikt worden. We vinden het vervelend dat we nu niet kunnen koken. Het lijkt er ook niet op dat er hier veel backpackers zijn. Geen eigenlijk. We gaan maar weer uit eten.
We lopen wat rond en komen uiteindelijk bij een Italiaans restaurant (die hadden we nog niet gehad) met uitzicht op de baai. Het is erg gezellig en we zitten er best lang, misschien door de serveersters. Als ik naar de wc ga, presenteert zich weer een staaltje vreemdheid wat je waarschijnlijk niet in Nederland zou zien. De wc’s zijn namelijk beveiligd met een slot met cijfercombinatie, die één van de medewerkers me geeft. Oké, ze zijn dan wel aan de andere kant van het gebouw en je moet buitenom lopen om er te komen, maar toch. Dit is misschien nog wel erger dan die wc-rol die vast zat met een hangslot. Als we uitgegeten zijn, lopen we nog wat rond, maar al snel komen we weer bij ons hotel uit. Op de kamer drinken we wat en bespreken waar we de komende twee nachten door gaan brengen. Zeer waarschijnlijk zal dat niet hier zijn. We bellen de "Hermanus backpackers". Een vrouw met een aardige stem neemt op en vertelt me dat we geluk hebben: ze hebben nog een "huisje" vrij. Wat we ons er precies bij moeten voorstellen weten we niet, zeker niet na Port St. Johns, maar toch reserveren we maar voor één nacht. Het kan nooit slechter zijn dan hier. Maar het voelt toch wel goed om weer in een echt bed te liggen.