Om 6:45u gaat mijn wekker af. We worden langzaam wakker en om 9:00u staan we bij de apotheek om zeeziektetabletten te kopen. Nadat we nog een paar broodjes gekocht hebben, neem ik direct een tablet in; dan zou hij nog op tijd moeten werken. Want om 10:00u moeten we in Gansbaai zijn. Het is bijna drie kwartier rijden, voor een deel achter een coca-cola vrachtwagen. We parkeren bij de haven. Er lijken hier maar twee soorten boten te zijn: vissersboten en boten voor haaientrips. Hier moeten we ene Coen zoeken, die ons al vindt voordat we beginnen met zoeken. Coen ziet eruit alsof hij zijn hele leven op zee heeft doorgebracht en hij zo zou worden aangenomen voor een rol in Jaws 10. Ik weet niet of ik daar blij mee moet zijn. We lopen richting het water, waar we ook zijn vrouw of moeder (weet niet zeker) ontmoeten. We krijgen weer een formulier te zien met alle risico’s die we voor dit bootreisje moeten maken en Martijn ondertekent de goedkeuring voor onze dood. De zoon/kleinzoon(weet ook niet zeker; lastig om leeftijden te schatten) van Coen is er ook en gaat straks ook mee. We praten wat met de vrouw in het Afrikaans terwijl we wachten tot we weggaan. We zien een paar grotere boten met toeristen vertrekken. Onze boot is een stuk kleiner, maar ziet er degelijk uit.
Uiteindelijk stappen we in de boot en vertrekken we. We zijn de enige drie toeristen aan boord en krijgen dus praktisch een privé-rondleiding. Eerst varen we langzaam, tussen alle uitstekende rotsen door, de haven uit. Dan worden de motoren pas echt goed opengedraaid. Deze keer worden we met twee keer 115 paardenkrachten door de branding geduwd. Ook daarna krijgen we de nodige golven te verwerken, waar we met hoge snelheid overheen varen. Het is een mooie rit. Op sommige punten varen we tussen vogels door die laag over het water vliegen. Een bizar mooi gezicht. De zon schijnt volop, maar het is op zee toch best fris. Na een tijdje arriveren we bij een eiland. Er staan wat gebouwen, maar het blijkt verlaten te zijn, afgezien van wetenschappers die er soms zitten. We varen nu om het eiland heen naar een tweede eiland. In de zee tussen de twee eilanden in schijnen veel haaien te zitten. Op het tweede eiland zitten veel zeehonden. Erg veel. We varen er letterlijk middenin. Overal zwemmen ze en het hele eiland lijkt er vol mee te zitten. Af en toe heeft één van de zeehonden de behoefte om ons nat te spetteren. We blijven er een tijdje ronddobberen, terwijl Coen een toelichting geeft. Daarna gaan we weer naar het andere eiland en proberen we pinguďns te spotten, maar zonder veel succes.

Dat zijn veel zeehonden. ©Martijn

Heel veel zeehonden. ©Martijn
Dan varen we naar de haaienboten, waar we naast gaan varen om haaien te zien. Voordat we dat doen, belt Coen op naar de kapitein van de boot om te vragen of het oké is om in de buurt te komen. Naast de haaienboot hangt een kooi half in het water met daarin een paar mensen die een duikbril ophebben en zo makkelijk (en veilig) onder water kunnen kijken. Verder wordt er met een soort hengel een groot stuk vlees in het water gegooid. En er zwemt inderdaad een haai rond! Voordat de haai in het aas kan bijten, wordt dit snel uit het water getrokken. We zien een mooie haaienvin. Ik probeer foto’s te maken, maar we hebben wel veel extra handicaps, waaronder een flink schommelende boot. Al snel gaan we naar de volgende boot, waar we nog meer te zien krijgen. Hier lijken twee haaien te zitten. Omdat we geen anker hebben, drijven we steeds af en moeten we weer terug varen. De haaien komen nu ook vlakbij onze boot en varen er zelfs onderdoor! Het is erg bijzonder om van zo dichtbij foto’s te kunnen maken. Het is wel vreemd om je te realiseren dat het niet verstandig is om hier te gaan zwemmen. Het ziet er zo vredig uit allemaal. Dan varen we weer weg en onderweg zet onze kapitein plotseling de motoren stil. We zijn per toeval op een haai gestuit en zien hem een paar keer onder de boot door zwemmen. Het blijkt dat we geluk hebben vandaag; zelfs Coen heeft zelden zoveel haaien zo goed kunnen zien.

Een haaienboot met haai. ©Peter

Een echte grote witte haai. Best indrukwekkend als je die onder het toch wel redelijk kleine bootje door ziet schieten. ©Peter

Nog eentje. ©Martijn
We varen nog naar een duikkooi die op een vaste plek ligt. Er zit een zeemeeuw op, maar er is verder niets te zien. Dan krijgen we nog een demonstratie van de kracht van de motoren als we met hoge snelheid terug varen naar de haven. Het is echt een spectaculaire rit. Beetje een achtbaan idee, maar dan anders. Samen met een vissersboot varen we de haven weer in. We bedanken Coen en lopen naar de auto. Ik bedenk me dat ik helemaal geen last heb gehad van zeeziekte, maar ik ben er niet helemaal zeker van of dat nou door de tabletten komt of doordat de zee een stuk rustiger (of minder wild) was dan in St. Lucia.

De boot... ©Peter
We lunchen bij de auto en vertrekken dan weer richting Hermanus. Martijn rijdt; ik kan mijn ogen bijna niet meer open houden. In Hermanus aangekomen nemen we de afslag naar het strand, waar we ook heen lopen nadat we de auto hebben neergezet. Onder het motto dat we zoveel mogelijk gedaan willen hebben tijdens deze reis en dit nog geen onderdeel van de lijst was, zitten we een tijd lang op het strand. Mark en Martijn gaan nog even zwemmen, maar daar heb ik geen behoefte aan. Wel bouw ik een mooi zandkasteel met een gracht er omheen. We zitten er ongeveer een uur als we weer terug gaan naar het hotel. We moeten namelijk nog een aantal dingen doen als we morgen de campingspullen weer netjes willen inleveren. We mesten heel de auto uit en lopen de checklist met campingspullen na. We leggen de tenten en matrassen, die nog niet helemaal droog waren bij het inpakken, te drogen, waarop voorbijgaande mensen ons meteen komen afraden om hier op straat te gaan kamperen. Het is verrassend om de auto zo opgeruimd te zien; wat een ruimte! Dat hadden we eerder moeten doen! We missen wel een aantal dingen, waaronder drie vorken, twee lepels en een mes (ja, dit is belangrijk). Ook zouden we zweren dat er een pannetje bij de set zat, maar die waren we in het begin al kwijt en we hebben dus een nieuwe gekocht.
We hebben in principe nog genoeg eten om zelf te koken, maar gisteren hebben we een traditioneel Zuid-Afrikaans restaurantje zien zitten, waar we eigenlijk wel graag heen willen. We gaan er lopend heen. Het restaurantje draagt de naam "Annie se kombuis", wat een duidelijke naam is. Het zit ergens in een steegje waar volgens mij niet veel mensen langskomen. We nemen buiten plaats en bestellen het één en ander. Ik neem struisvogel en boboti en eet ook nog een stuk van Martijns schildpad. Dat laatste smaakt nou niet bepaald lekker en is niet voor herhaling vatbaar. Het is wel gezellig.

De maan... ©Martijn
Als we weer richting het hotel lopen, tarten we nog even het lot door in het donker op straat te gaan pinnen. Bij het hotel aangekomen maken we nog foto’s van de maan, die een paar dagen geleden nieuw is geweest. We gaan weer eens vroeg naar bed.